Majida werkt op de cohortafdeling in de Uiterton

“Het is emotioneel zwaar, maar we worden echt zo goed begeleid”

“Ik denk regelmatig: ‘Het is te zwaar, ik ben er klaar mee’. Maar de mensen hebben me nodig. Als ik aan het werk ben, denk ik niet ‘Ik durf of kan dit niet’. Ik doe het gewoon.” Majida Elmoujtahid is verzorgende in opleiding en werkt in woonzorglocatie de Uiterton op de afdeling Kleinschalig Wonen 1. Deze afdeling is vanwege het coronavirus ingericht als cohortafdeling. Hier worden bewoners verzorgd die besmet zijn met het virus. Majida vertelt graag hoe het is om op deze afdeling te werken en hoe zij hierbij begeleid wordt.

“De eerste dag op de cohortafdeling zal ik nooit vergeten. Toen ik aankwam om aan mijn dienst te beginnen, stonden praktijkopleider Christien, coach Jan en verpleegkundige Susan, me op te wachten. Ze hebben me geïnstrueerd, maar vooral ook naar me geluisterd. Al mijn angsten hebben we besproken. Daarna hielpen ze me in mijn beschermende kleding. Ik ben naar binnen gegaan en heb aan een stuk door gewerkt. Toen ik om half twaalf ’s avonds klaar was, stond Jan op me te wachten. En dat was zó fijn. Na elke dienst stond Jan, Christien of zorgmanager Marlene voor me klaar. Ook mag ik mijn eigen manager Elda altijd bellen, ook ’s avonds of in het weekend.”

Werken in een portable sauna

“Het werk op de afdeling is een race tegen de klok. De tijd vliegt voorbij. Normaal gesproken hebben we activiteiten met de hele afdeling, zoals taartjes bakken en creëren we gezelligheid op de afdeling. Dat is nu compleet anders. Op de afdeling wonen zeven mensen, en alle zieke bewoners zitten op hun kamer. Die verplegen we één voor één met zijn tweeën en dat is best zwaar. We brengen de warme maaltijden naar de kamer, helpen de mensen met eten, delen kamer voor kamer de medicijnen uit, iets wat we normaal in de huiskamer doen, en daarnaast doen we ook nog de verzorging. Aan het einde van mijn dienst moet ik echt opschieten, omdat ik ook nog moet rapporteren. Wat het ook zwaarder maakt, is dat we de hele dag beschermende kleding aan hebben, en een mondmasker en bril dragen. We hebben het daardoor hartstikke warm, ik noem dat pak een portable sauna, zo warm is het.”

“Ik maak tijdens mijn dienst tijd voor een praatje met elke bewoner”

Extra aandacht

“We proberen iedereen zoveel mogelijk aandacht te geven. En sommigen, die onrust ervaren door de hele situatie, nog wat extra. De reacties van bewoners zijn namelijk heel wisselend. De een trekt zich er niets van aan, en de ander zegt: ‘Wat zijn dit voor rare pakken? Waarom lopen jullie er zo bij?’. Ik heb met hen te doen. Ik maak tijdens mijn dienst tijd voor een praatje met elke bewoner en probeer de mensen die onrust ervaren extra aandacht te geven. Vorige week vroeg een mevrouw waarom wij een mondkapje dragen en zij niet. Toen hebben wij haar een mondkapje gegeven en ’s avonds ben ik nog even met haar gaan praten, terwijl zij al in bed lag.”

“De ziekte ontwikkelt zich zo snel, dat grijpt me aan”

Een mensen-mens

“Wat me aangrijpt is dat de ziekte zich zo snel ontwikkelt. Op de eerste dag dat ik op deze afdeling werkte, verzorgde ik een dame die positief getest was op het coronavirus. Ze had koorts, maar zat nog rechtop in haar stoel, in haar kamer. Ik was bij haar terwijl zij haar avondmaaltijd at en we hebben nog samen gelachen. Twee dagen later lag ze ziek in bed en heb ik met veel moeite ervoor gezorgd dat zij wat at. De dag daarna kreeg ze morfine tegen de pijn en die nacht is zij overleden. Ik heb het niet drooggehouden, dit ging me zo aan het hart. Ik heb door mijn werk inmiddels veel mensen zien gaan en uiteindelijk komt er sowieso een eind aan het leven, maar zo snel, dat maakt het moeilijk. Ik heb me afgevraagd waarom het me zoveel doet. Maar ik werk niet voor niets in de zorg. Ik ben een mensen-mens, en daarom doet het mij wat. En als dat niet zo zou zijn, dan klopt er iets niet. Gelukkig zijn er ook mensen die na een besmetting beter worden. Daar ben ik heel blij mee. Dan denk ik: ‘Zie je wel, we moeten goed voor die mensen zorgen.’”

“Dat er collega’s na de dienst voor me klaar staan is zo fijn”

Met een beter gevoel naar huis

“Het werk op de cohortafdeling ervaar ik als emotioneel heel zwaar. De mensen met COVID-19 zijn erg ziek, en dat is heftig om te zien. Dat er na de dienst collega’s klaar staan om naar mijn verhaal te luisteren, is zó fijn. Zelfs om elf uur ’s avonds staat Jan op ons te wachten om te vragen hoe het gaat. Ik kan in dat gesprek alle spanning kwijt en ga met een beter gevoel naar huis. Daarbij mag ik Christien elk tijdstip bellen. Toen ik haar laatst op vrijdagavond een appje stuurde, belde ze me gelijk terug. Dat vind ik zo bijzonder. Ik heb ook veel aan mijn collega’s, vooral aan mijn medestudent Patricia. We zitten bij elkaar in de klas, in het vraaggestuurd onderwijs van Woonzorg Flevoland, en nu werken we ook samen op de cohortafdeling. Als ik er even doorheen zit, belt ze me. We leren nu in één keer heel veel verpleegtechnische handelingen. Dat geeft voor mij een positieve draai aan deze situatie: ik leer een hoop en dat geeft mij en Patricia weer extra motivatie om door te gaan met onze opleiding.”

“Dat ik er voor deze mensen kan zijn, houdt me op de been”

De adrenaline neemt het over

“Hoewel we alle richtlijnen strikt naleven, ben ik wel bang om ziek te worden. Omdat ik met zieke mensen werk. Daarbij komt de angst om mijn man of moeder te besmetten. Ik ga dan ook niet meer naar mijn moeder. Wat me op de been houdt, is dat ik er voor deze mensen kan zijn en dat ik voor hen mag zorgen. Ik heb de energie om dat te doen, zelfs als ik heel moe ben. Als ik me na een dienst omkleed, ben ik uitgeblust. Maar als een nieuwe dienst begint, en ik ben eenmaal binnen, dan heb ik geen tijd meer om moe te zijn. De adrenaline neemt het over en ik denk niet meer aan mezelf. Ik wil voor de cliënten zorgen en hun laatste fase zo comfortabel mogelijk maken.”

Majida Elmoujtahid (rechts op de foto) met haar collega Patricia Drabbe (links)