Stagiair Michelle over haar stage bij Woonzorg Flevoland: “Ik ben zelfverzekerder geworden”

De begeleiding van de werkbegeleider is van grote invloed op de stage

Honderden studenten gaven in 2019 aan te stoppen met hun studie na een slechte stage-ervaring (bron: Nursing.nl). Een goede werkbegeleiding is van groot belang bij het laten slagen van de stage. Michelle Meijer (21) is tweedejaars student maatschappelijke zorg en stopte al twee keer met een opleiding omdat ze haar stage niet leuk vond en de begeleiding niet prettig. Bij Woonzorg Flevoland zit ze wel op haar plek, mede dankzij haar werkbegeleider Karien Burgess.

Michelle loopt sinds een jaar stage bij Woonzorg Flevoland, in de ‘huiskamer’ van verpleeghuislocatie Hanzeborg, waar dagbesteding voor mensen zonder dagritme of met beginnende dementie wordt georganiseerd. Haar werkbegeleider is activiteitenbegeleidster Karien Burgess. “Tijdens eerdere stages ben ik gestopt omdat niemand me vertelde wat ik moest doen. Daar werd ik onzeker van. Bij Karien heb ik gelijk aangegeven dat ik faalangst had, het moeilijk vond om initiatief te nemen en bang ben om fouten te maken. Karien hielp me door te zeggen dat ik het echt wel kan, ik het ‘gewoon’ moet doen en niet onzeker hoef te zijn. Dat was heel fijn.”

“Ik had even dat extra zetje van Karien nodig”

“Ik weet nog dat ik tijdens het begin van mijn stage ineens de ochtend met cliënten moest opstarten. Karien zat wel in dezelfde ruimte, maar ik moest de cliënten begeleiden. Ik vond dat zo spannend, dat ik heb gezegd dat ik het niet zou doen, waarop Karien zei dat ik het gewoon moest doen. Ze drukte me op het hart dat niets wat ik zou doen fout zou zijn en dat ik het op mijn eigen manier kon aanpakken. Ik ben toen uit mezelf de krant gaan lezen met de cliënten. Karien was er wel bij, maar liet me mijn eigen gang gaan. Ik had even dat extra zetje van haar nodig.”

“Karien en ik hebben een vertrouwensband opgebouwd”

“Mijn stage was wel anders geweest als het niet had geklikt tussen mij en Karien. Ik wist van tevoren niets van de zorg en wilde snel een diploma halen. Ik dacht: als ik geen leuke begeleider heb, ga ik weer weg. Maar Karien en ik hebben een vertrouwensband opgebouwd en ik vind de ouderenzorg echt heel leuk. Ik ben heel zorgzaam, en die zorgzaamheid kan ik kwijt in mijn werk. Dat vind ik mooi, net als dat ik de mensen kan helpen. Door Karien en deze stage ben ik veel zelfverzekerder geworden. Ik was altijd heel stil, normaal had ik dit interview ook niet durven doen. Ik durf nu veel sneller iets te zeggen, iets waar ik in het dagelijks leven ook profijt van heb. Anderen zeggen ook tegen me dat ik ben veranderd. Ik ben gegroeid.”

Werkbegeleider Karien over Michelle

Als werkbegeleider vindt Karien het leuk om leerlingen het vak te leren. “Ik leer ook van hen, van hun inzichten en inbreng. Ik vraag ook altijd of ze ideeën hebben of vinden dat er iets anders zou kunnen.” Karien noemt de stage en ontwikkeling van Michelle een succesverhaal. “Michelle kwam verlegen, teruggetrokken en angstig binnen. We begonnen rustig, door Michelle kennis te laten maken met het werk door mee te kijken hoe ik het deed. Daarna liet ik haar langzaam, stapje voor stapje, los. Ik vroeg haar bijvoorbeeld of ze een kopje koffie wilde geven aan iemand, of dat ze een praatje wilde maken met een mevrouw. Ik bleef natuurlijk wel in de buurt, zodat ze mijn steun had. Zou ze een ‘grote fout’ maken, dan zou haar zelfvertrouwen weg zijn. Na verloop van tijd nam ze zelf het initiatief om die dingen te doen. De eigen inbreng wil ik natuurlijk op een gegeven moment wel zien, dat is later op de werkvloer ook belangrijk. Michelle is opgebloeid tijdens haar stage, en dat vind ik heel mooi om te zien. Tegen leerlingen die een moeizame relatie hebben met hun werkbegeleider hebben, zou ik willen zeggen: ‘Zeg het, als er iets is. Krop het niet op.’”