Blog
Hoe casemanager Rianne cliënt Jan hielp die niet naar de dagbesteding wilde

“Ik laat mij echt niet ophalen in een busje naar een dagbesteding,” vertelde Jan. Overtuigd dat dit niets voor hem was en vastberaden om daar niet naar toe te gaan.
In een vervolggesprek over zijn recente diagnose dementie vroeg hij: “Hoe nu verder?”. Hij wilde uitleg over het ziektebeeld en welke zorgmogelijkheden er zijn. We bespraken meerdere zorgmogelijkheden, en ook de dagbesteding werd opnieuw in het gesprek aangehaald.
“Oké, oké. Ik probeer het, maar als ik het niks vind, ben ik zo weer weg,” was zijn reactie. Een paar dagen later ging hij samen met zijn vrouw kijken bij een van onze dagbesteding plekken in Almere. We hadden afgesproken dat ik er ook zou zijn, zodat hij een bekend gezicht zou zien. Voorzichtig kwam Jan binnenlopen. Onze blikken kruisten. We zeiden elkaar gedag, maar het contact was anders. Hij was stiller dan ik van hem gewend was en ik voelde zijn nervositeit.
De andere bezoekers verwelkomden ons hartelijk. Er hing een gezellige, leuke sfeer. Jan richtte zich op een gesprek met mij en zijn vrouw. Hij leek niet op zijn gemak. De mensen lieten zich niet afschrikken en kwamen bij ons zitten. Er ontstond een gesprek over werk. En als er een onderwerp is waar Jan vol trots over praat, dan is het zijn werk. Langzaamaan kwamen de grapjes. Er werd om hem gelachen en ik zag de ontspanning in zijn gezicht. Na een uur liepen we de ruimte uit. Hij twijfelde, maar hij wilde het wel een kans geven er nog een keer naartoe te gaan.
Een paar weken later kwam ik weer langs op de dagbesteding. Van afstand kon ik Jan horen gieren van het lachen en de andere bezoekers lachten mee. Leuke verhalen van vroeger kwamen naar boven en werden met elkaar gedeeld. Jan kwam naar mij toe. “Ik moest even wennen, maar ik heb het zo naar mijn zin. Ik kan hier echt mezelf zijn!”. Niet veel later ging Jan twee keer in de week naar de dagbesteding. En als het aan hem had gelegen, zat hij er iedere dag.
